Natuurkunde: sonnet over Statica

 

 

 

 

Statica

Het was een kattevel, ’t miauwde nog. 
’t Hing aan een koordje, midden voor de klas.
Ik had de ebonieten staaf; ik was
de kattenmepper, ik, die vooralsnog
niet eens een kat bezat – hoe was dat toch
gekomen? De leraar knoopte zijn das
los, die van zijde was; een staaf van glas
had hij achter zijn rug vandaan. Bedrog:

de spanning vloeide weg, gejoel steeg op,
en ‘Jongens,’ vroeg hij, ‘toe nou jongens, toe.’
Zijn bruine ogen stonden in zijn kop
of hij de hond was die wij moesten slaan.
Geen stok was daarvoor nodig. ‘k Zag al hoe
hij na een droevig jaar op straat zou staan.

Zo af en toe maak ik hier een uitstapje naar de Natuurkunde, per slot van rekening het vak dat ik gestudeerd heb.

In een analyse op Meander wordt uitgebreide achtergrondinformatie gegeven over dit gedicht en trekt de auteur van het stuk een conclusie: “Juist in het onderwijs gelden de hardste wetten….”

Over de protagonist, de natuurkundeleraar, zegt de dichter:

Zijn bruine ogen stonden in zijn kop
of hij de hond was die wij moesten slaan.
Geen stok was daarvoor nodig. ‘k Zag al hoe
hij na een droevig jaar op straat zou staan.

Let ook op de witregel tussen regel 8 en 9!

Met dank aan wiskunde voor de tip!

 

Modulo 10 Limerick

 

 

 

 

A mathematician named Ben
Could only count modulo ten.
He said, “When I go
Past my last little toe,
I have to start over again.”

Hier staan nog meer wiskundige limericks, in het Engels. Hier is er een die ik al eerder publiceerde.

Nederlandstalige gedichten, waaronder vast ook limericks vindt u in dit boek.

Met dank aan Nieske Vergunst voor de tip.