Hoe maak je Klein-flessen van oude jeans?

Afbeeldingsresultaat voor kleinfles

Zoals Cliff Stoll zou ik graag oud willen worden! Ik besteedde hier al diverse malen aandacht aan het enthousiasme waarmee hij maar steeds blijft doorgaan met uitvinden en uitleggen. Vandaag trekt hij voor ons zijn jeans uit om er een Klein-fles van te maken.

Klein-fles

En hier kunt u Cliffs zelf-geproduceerde Klein-flessen kopen.

Bron

Ook ik zweette hier

Door Victor de Stuers; photograph by Vysotsky – Eigen werk, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=34035414

Waarom is de zon rood bij zijn ondergang?

De golflengte (λ) van rood licht is groot, dus 1/λ^4 is klein. Dat betekent dat rood licht minder verstrooid wordt dan blauw licht (λ klein) . Het effect is het grootst bij zonsopgang en zonsondergang, omdat het licht dan een lange(re) weg moet afleggen.

Dezelfde Rayleighverstrooiing van een lichtstraal zorgt ervoor dat een onbewolkte hemel blauw (veel verstrooiing) is.

Bron

Delfts blauw borden

 

 

 

 

 

 

 

 

Ach, de kerncentrales verdwijnen, hoe triest. Maar alles gaat nu eenmaal voorbij, vroeg of laat, zo is het leven. Daar helpt geen Wim Sonneveld  aan.

Om de herinnering aan deze dinosauriërs levendig te houden produceert deze firma prachtige borden van Delfts blauw. Verzamel ze allemaal en hang ze aan uw muur!

Treinwielen zijn (afgeknotte) kegels

Deze discussie over dit filmpje is het volgen waard, al was het alleen maar om u te realiseren dat de helling van het wiel in de video zwaar wordt overdreven. Zo ziet een echt treinwiel eruit:

De TUDelft gaat ook op deze vorm in, zij het dan in vrij technisch jargon.

De kleurrijke Richard Feynman heeft er uiteraard ook nog wat over te zeggen:

Ook op Numberphile is er aandacht voor de vorm:

Bron

Natuurkunde: sonnet over Statica

 

 

 

 

Statica

Het was een kattevel, ’t miauwde nog. 
’t Hing aan een koordje, midden voor de klas.
Ik had de ebonieten staaf; ik was
de kattenmepper, ik, die vooralsnog
niet eens een kat bezat – hoe was dat toch
gekomen? De leraar knoopte zijn das
los, die van zijde was; een staaf van glas
had hij achter zijn rug vandaan. Bedrog:

de spanning vloeide weg, gejoel steeg op,
en ‘Jongens,’ vroeg hij, ‘toe nou jongens, toe.’
Zijn bruine ogen stonden in zijn kop
of hij de hond was die wij moesten slaan.
Geen stok was daarvoor nodig. ‘k Zag al hoe
hij na een droevig jaar op straat zou staan.

Zo af en toe maak ik hier een uitstapje naar de Natuurkunde, per slot van rekening het vak dat ik gestudeerd heb.

In een analyse op Meander wordt uitgebreide achtergrondinformatie gegeven over dit gedicht en trekt de auteur van het stuk een conclusie: “Juist in het onderwijs gelden de hardste wetten….”

Over de protagonist, de natuurkundeleraar, zegt de dichter:

Zijn bruine ogen stonden in zijn kop
of hij de hond was die wij moesten slaan.
Geen stok was daarvoor nodig. ‘k Zag al hoe
hij na een droevig jaar op straat zou staan.

Let ook op de witregel tussen regel 8 en 9!

Met dank aan wiskunde voor de tip!