Euclidische Vakdidactiek (5): axioma 2

Even een herhaling, met behulp van een filmpje. Voor wie meer wil weten, hier staan de vorige vier delen van de reeks Euclidische Vakdidactiek:

De taxonomie van Bloom gaat uit van een hiërarchische ordening: zo is kennis (knowledge) bijvoorbeeld nodig voor begrip en inzicht (comprehension). Kennis is een noodzakelijke maar niet-voldoende voorwaarde voor begrip en inzicht. Dat bracht ik zelf al tot uitdrukking in mijn axioma 1:

Begrip en inzicht moeten de leidende factoren zijn bij het maken van vakdidactische keuzen.

In aflevering drie werd Bloom’s trede comprehension door mij, in navolging van van Dormolen en Zwaneveld, nog opgesplitst in:

  • receptief begrijpen
  • reproductief begrijpen
  • hebben van inzicht

Ik ben nu toe aan axioma 2

Kennis zonder de daarop volgende stappen naar inzicht is voor het voortgezet en hoger onderwijs van nul en generlei waarde. Dat geldt in ieder geval voor het vak Wiskunde.

Ik heb mij er altijd hogelijk over verbaasd als het streven naar inzicht door vertegenwoordigers van de Realistische Wiskunde werd geclaimd als hun exclusief bezit: de andere didactische stroming, die ik bij gebrek aan een beter alternatief maar de Traditionele noem, zou daar niet naar streven.

Nu wordt het hun in deze ook wel erg gemakkelijk gemaakt door sommige vertegenwoordigers van die Traditionele School, doordat deze zo de nadruk leggen op automatiseren, vaste procedures, oefenen, oefenen, oefenen.

Inzicht hoort bij Wiskunde

Maar inzicht is toch inhaerent aan het vak Wiskunde? Wat heeft het bijvoorbeeld voor zin om een eerstegraads vergelijking op te kunnen lossen, zonder inzicht in de wiskundige concepten die onder dat oplossen van een vergelijking liggen? Dat oplossen kan computeralgebrasoftware immers ook. Maar iemand moet dan toch inzicht blijven houden in hoe het onder die motorkap werkt, al was het alleen maar om deze software verder te kunnen ontwikkelen.

Inzicht is ook nodig voor de onderzoekstak van ons vak. Of dacht u nu echt dat onderzoekers, die uiteraard steeds verder willen komen, het kunnen laten bij de al lang bekende procedures? Dan kunnen zij wel stoppen met dat onderzoek en bevestigen zo het beeld van de buitenwereld: wiskunde = af en wiskunde = sommen maken.

2014

Blijft nog, onder andere, deze vraag over voor 2014: wat te doen met die leerlingen bij wie het, ook na eindeloos proberen, niet lukt om tot dat (in ieder geval door mij) verlangde niveau van inzicht te komen? Ontneem je hun zo niet dat gevoel van tevredenheid, voldoening, de yes!-factor, om een al lang bekend pad (bv: het kunnen oplossen van een eerstegraads vergelijking) toch correct bewandeld te hebben?

Deze en andere vragen komen in 2014 aan de orde. Ik wens u nu goede Kerstdagen en een mooi 2014!

 

 

Uw reactie