Ronde tafel over rekentoets

Op 4 december organiseert de Tweede Kamer een ronde tafel over de Rekentoets. Daarbij zijn allerlei deskundigen vanuit Wiskundeland uitgenodigd. Het tijdstip, na de behandeling in de Tweede Kamer Commissie die hierover gaat (09/10 en 07/11), is wat merkwaardig. Diverse kamerleden roeptoeterden eerst – zonder veel kennis van zaken – datgene wat hun door andere roeptoeters was ingefluisterd/ingebruld, en daarna gaat men kennelijk pas informeren hoe het nu precies zit. Afijn, beter laat dan nooit.

Verzoening nodig

De doelstelling van het gesprek is bescheiden, de Tweede Kamer wil gewoon weten hoe het nu zit met die twee stromingen binnen Wiskundeland.

“Doel van het gesprek is om te achterhalen waarom de invoering van de rekentoets zoveel stof heeft doen opwaaien….”

Ik had deze ronde tafel (zou die heel blijven?) zelf echter graag gezien als begin van een heuse verzoening der partijen. De strijd tussen de twee heilsleren heeft al te lang menig ontwikkeling in het reken/wiskundeland in de weg gezeten.

DSM IV

Ik zie deze verlamming niet zo zeer als zijnde veroorzaakt door een verschil van didactische inzichten. Daarmee begon het ooit. Maar deze kloof lijkt mij overbrugbaar, met de nodige goede wil aan beide kanten.

Het is in de loop der tijd vooral een psychologisch probleem geworden. Sommige participanten in de discussie zouden daarom beter eerst eens DSM IV kunnen raadplegen voor een adequate zelfdiagnose. Trefwoorden: frustratie, gekwetstheid, arrogantie, vijanddenken. En ook: fanatisme, een belangrijker zaak waardig.

Palestijns-Israëlische conflict

Ik zie zelf niets in deze ronde tafel. Het is zelfs geen begin van de oplossing van deze strijd, die steeds meer is gaan lijken op het Palestijns-Israëlische conflict. Of denkt de Tweede Kamer nu echt dat alle betrokkenen elkaar na dit gesprek snikkend in de armen zullen gaan vallen? Gelukkig las ik als doelstelling van deze ronde tafel als aanvulling:

” … en te onderzoeken hoe hiermee in de toekomst moet worden omgegaan. “

Dat geeft tenminste een sprankje hoop.

Wouter: help!

Het probleem valt namelijk pas op te lossen na lang praten, met veronachtzaming van de Bekende Zeurpieten (BZ’ers; het gaat hierbij om infaam en abject gedrag; niet om een eventuele dissidente opvatting). Hierbij kan een Wouter-Bos-achtig type misschien voor wat sturing zorgen. In ieder geval zou zo’n Wouter-Bos-in-spe mijns inziens het beste niet uit Wiskundeland kunnen komen, wel uit het onderwijs. Ik schrijf ‘praten’, maar ik bedoel: ‘werken’. Laat positivo’s uit beide kampen nu eerst maar eens gezamenlijk gaan werken aan iets concreets, een goede rekentoets bijvoorbeeld.

Count me out, ik mis in deze zaak inmiddels echt de inspiratie. Wouter mag mij desgewenst voor wat advies best eens bellen ;-)

2 thoughts on “Ronde tafel over rekentoets”

  1. Fijn, een echt inhoudelijke reactie. En nog eens prima geformuleerd ook. Bedankt Hannes.

    De vragen over didactiek die je stelt zijn terecht en ook interessant. Maar helaas gaat het hier al lang niet meer over in de discussie nu. Die discussie had bovendien ook vóór 2010 gevoerd moeten worden, voordat de rekentoets ingevoerd werd. Die invoering verliep toen met (bijna) voltallige instemming van de Tweede Kamer (ik dacht dat alleen de SGP tegenstemde).

    Ik zelf was toen overigens met heel andere zaken bezig. Ik kwam pas afgelopen mei in de ‘discussie’ terecht en heb daar nu wel wat spijt van. Vandaar ook mijn verzuchting aan het eind: Count me out. Ik vind het belangrijk dat er goede rekentoetsen komen, maar veel inspiratie verschaft dit onderwerp mij niet. Gelukkig ben ik ook met heel andere zaken bezig.

    Wat mij verbaast en ook verontwaardigt is dat de twee didactische kampen, met een heel continuüm daartussen, na de parlementaire goedkeuring maar aan het bakkeleien bleven. Ik zou zeggen: stel dat je het idee hebt ‘verloren’ te hebben (de Referentiekaders geven daar geen aanleiding toe, vind ik), dan neem je toch sportief je verlies? Dat is toch hoe democratie werkt? En dan ga je, misschien in eerste instantie mopperend en monkelend, gewoon verder met je werk? En misschien hoop je dat de geschiedenis je alsnog gelijk zal geven. Maar dan blijf je toch niet doorgaan met modder naar de andere partij gooien?

    Wiskundeland heeft hier echt meer dan genoeg van! ZZZ-ers: geef ons de rust om weer, vol inspiratie, verder te gaan! Ikzelf probeer dat overigens ook, bijvoorbeeld in mijn zojuist gestarte rubriek over Euclidische Didactiek, op de woensdag. Dat (vrijwilligers)werk biedt mij mijn inspiratie. Gun mij die.

    Misschien wil jij in die rubriek, als relatieve buitenstaander, ook eens een reactie kwijt? Ik zou het op prijs stellen. Daar gaat het, hopelijk, om de zaken waar het in een werkelijke discussie om zou moeten gaan. Maar ik ga daar zeker geen partij kiezen, zoals jij mij nu, gezien de geformuleerde vragen hierboven, bijna dwingt te doen. Ik zie daar geen enkele aanleiding of reden toe. Zie mijn eigen artikel over de rekentoets. Ik sta in het midden en blijf daar ook staan.

    In een volledige patstelling, zoals de huidige, moet je bovendien ook bruggen kunnen en durven slaan. Ik ken gelukkig heel veel mensen in dat Wiskundeland die dat kunnen en willen. Sterker nog: zij snakken ernaar weer gewoon aan het werk te gaan!

    Een waarschuwing vooraf: het gaat in die rubriek om blogberichten, om korte verslagen van een persoonlijke zoektocht, niet om een wetenschappelijk artikel of een proefschrift. Lezers van berichten op internet blijven immers niet heel erg lang hangen, zoals je ongetwijfeld weet … . Misschien een ideetje voor jouzelf, zo’n proefschrift: A, B of C?

  2. Ik vind de kwestie zelf (dus niet het vermeende DSM-IV-gedrag) juist wel interessant, mede vanwege dat scherpst van de snede. Misschien komt het doordat ik geen wiskundige ben. De kwestie is in wezen heel simpel: leidt didactiek A of didactiek B tot de beste leerresultaten? Een op zichzelf alleszins honorabele vraag.

    Zo’n vraag levert zoals gewoonlijk nieuwe vragen op:
    * wat is didactiek A precies, in optima forma?
    * wat is didactiek B precies, in optima forma?
    * wat zijn de leerresultaten van A en B in vergelijking?
    * is er een methode C denkbaar (met eventueel kenmerken van A en B) die feitelijk een hoger leerresultaat toont dan A en/of B?
    * met welke toets meten we die leerresultaten eigenlijk? en doet die wel in gelijke mate recht aan A en B?

    Zulke prachtige kwesties zou mensen niet zozeer moeten vermoeien dat zij ‘de inspiratie missen’ om deze te volgen. Het is de didactische Kwestie Der Kwesties. En daarmee de Essentie van het Leraarschap, oftewel de vraag waarom de les(voorbereiding) draait: leerresultaat maximaliseren en vaststellen. Elke leraar begrijpt toch onmiddellijk de relevantie van deze vraag? .

    Als niet-wiskundedocent (maar Nederlands) ben ik niet getrouwd met een van beide opties of paradigma’s of clubjes (realistisch of opa-rekenen) en hoef ook geen jarenlange praktijk in dit of dat te rechtvaardigen dan wel te verexcuseren. Dat maakt mijn positie in de discussie iets comfortabeler, maar natuurlijk ook die van een de facto buitenstaander.

    Wel voel ik mee met de sentimenten rondom de rekentoets, om de reden dat voor mijn vak ook bijna een dergelijke toets (spelling, ‘grammatica’) was ingevoerd. Er zitten oppervlakkige voordelen aan zo’n toets (het populus geruststellen, status van je vak(onderdeel) oppeppen) maar zeker ook nadelen en risico’s. En als een partij-op-afstand als CvE/CITO zonder al teveel feitelijke voeling met het veld een dergelijke toets oppert, en OCW daar direct in meegaat, kun je er vergif op innemen dat er oppositie ontstaat. Leraren, die van wiskunde- of taalonderwijs hun werk hebben gemaakt, denken namelijk iets verder dan Kamerleden die even Orde Op Zaken willen komen stellen.

    Ik ben dus niet verbaasd, noch over de oppositie, noch over de naïviteit van Kamerleden die zich verrast tonen over die oppositie.

    Voor het elkaar huilend in de armen vallen is – daar geef ik je 100% gelijk in – veel meer nodig. Maar wat mij betreft blijven peper en zout nog een tijdje deel uitmaken van de didactische discussie. De verhoopte compromisbereide Gulden Middenweg hoeft niet per se de beste optie te zijn. Relatietherapie is mooi, maar neemt niet weg dat een van de twee ruziënde partners domweg gelijk kan hebben in zijn/haar opvatting over hoe de kinderen op te voeden.

Comments are closed.