En wie het nu nog één keer over de wiskundeknobbel heeft …

uit Science; Melissa Libertus
Science; Melissa Libertus

En ja hoor, daar was die weer, de wiskundeknobbel. Journalisten kunnen het ook niet laten … .

Vanmorgen stond er in de Volkskrant een bericht van Marc Seijlhouwer, een jonge journalist, die kennelijk iets met deze term heeft. In een vorig artikel, dat ik hier besprak, voerde hij deze knobbel zelfs op alsof het echt een fysiek, en ook precies gelokaliseerd onderdeel van ons brein zou zijn. Daar zijn – tongue in cheek – echter wel wat kanttekeningen bij te plaatsen. Dat deed ik in mijn berichtje dan ook.

Het onderzoek dat in de krant besproken werd lijkt me overigens interessant, als een heel klein puzzelstukje van een heel ingewikkelde puzzel die nog lang niet af is.

Onderzoekers van drie Amerikaanse Universiteiten testten 48 kinderen twee keer: na een half jaar, als baby, en vervolgens weer na drie-en-een-half jaar, als beginnende kleuter.

Baby’s kregen op een beeldscherm stippen gepresenteerd, waarvan het aantal veranderde. De baby’s die bij de eerste test ‘doorhadden’ dat er iets aan dat aantal veranderde bleken drie jaar later beter te scoren in rekentestjes. Ik schrijf dat ‘doorhadden’ tussen aanhalingstekens, want de onderzoekers constateerden dat slechts door ogen in de gaten te houden (vermoedelijk met eye tracking software).

Ze schrijven in hun abstract:

Here, we provide evidence that preverbal number sense in infancy predicts mathematical abilities in preschool-aged children.

 

Wilt u meer weten: hier is een aardige ingang. Hier is het artikel zelf.

Let wel : wat men in het artikel Mathematics noemt zou hier Rekenen genoemd worden.

 

Uw reactie