Wat meet de #MarktIndicator van de #VEH eigenlijk?

Marktindicator_63Vanmorgen stond er een hoopvol bericht in de Volkskrant: de Vereniging Eigen Huis stelt dat het vertrouwen in de koopwoningmarkt afgelopen maand sterk is toegenomen. Die bewering deden zij, en de journalist van de krant volgt hen daarin kritiekloos, op grond van de MarktIndicator.

Meten is Weten?

Een goede vriendin van mij heeft als leidraad in haar leven Meten is Weten. Ondanks mijn verwoede pogingen om, als wis- en natuurkundige – misschien moet ik wel schrijven: juist als wis- en natuurkundige -, aan te tonen dat dit motto zeker niet in zijn algemeenheid geldt, ze blijft er toch aan vasthouden. Ik ga in zo verre met haar mee, dat Meten vaak handig is om te Weten, zolang je maar weet wát er precies gemeten wordt en hoe. In moeilijker woorden: de methodologie van het onderzoek.

Deze kritische houding zou je, ook als je wiskundig wat minder geschoold bent,  als burger eigenlijk altijd moeten hebben ten op zichte van metingen en getallen. Anders wordt je misschien bedonderd waar je bij staat. Daarom ook goed dat er straks die rekentoets is in het VO (en het mbo).

Dus toen ik las dat het vertrouwen in de woningmarkt gestegen was naar 63 punten, ging ik eerst maar eens naar de bronnen. Het onderzoek dat deze 63 ‘aantoont’ werd uitgevoerd door het OTB-instituut, gelieerd aan de TU Delft.

Significantie

Je hoeft niet heel veel van wiskunde te weten om, zelfs zonder een tijdsintensieve studie van het onderzoek, direct het resultaat, die 63, aan flarden te kunnen schieten. Allereerst werd ik al wat wantrouwig vanwege het feit dat getallen, waaronder deze MarktIndicator, in het rapport zelf tot op 1 decimaal nauwkeurig gegeven worden. Lengtes, tijdsverschillen, massa’s en dergelijke kun je tegenwoordig tot in de miljoenste decimaal nauwkeurig meten. Maar als je eenmaal weet hoe de MarktIndicator wordt ‘berekend’ kun je twee kanten op: óf keihard in lachen uitbarsten óf huilen. Voor zo ver er sprake is van ‘berekenen’ begint de onzekerheid wat mij betreft al bij dat eerste cijfer, die 6.

Voor de goede orde: het botte rekenwerk – makkelijk dat Excel of dat SPSS! – zelf zal wel kloppen. Maar bij meten hoort ook nog zoiets als het begrip significantie van cijfers.

Meten is Niet Weten

In het rapport wordt opgeteld, afgetrokken, gemiddeld, dat het een lieve lust is. Maar wát wordt er precies gemiddeld? Dat blijken stemmingsantwoorden op stellingen te zijn, als: sterk negatief, enigszins negatief, neutraal, enigszins positief, sterk positief.  De hierbij behorende scores bedragen respectievelijk 0, 50, 100, 150 en 200.

Maar, wil je op de vertrouwde manier, het rekenkundig gemiddelde bepalen, dan zul je toch op zijn minst moeten werken met een schaal die lineair is, en bijvoorbeeld niet logaritmisch. Is stemming ‘sterk positief’ (200) bijvoorbeeld wel vier maal zo veel als ‘enigszins negatief’ (50)? Op zijn minst discutabel, en nu druk ik mij voorzichtig uit. Deze 63 is weer eens een voorbeeld van pseudowiskunde, pseudo exactheid, waar ik hier al twee keer eerder tegen protesteerde.

Ik ga nu eerst maar eens bulderen van het lachen. Lachen is gezond, hebben onderzoeken namelijk keihard aangetoond! Op naar een GezondheidsIndicator van 63 punten!

 

 

 

1 thought on “Wat meet de #MarktIndicator van de #VEH eigenlijk?”

Comments are closed.